Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

All posts by Kevin Mooijer

Twintig jaar Volendams goud:

Jan, Jaap en Jaap blikken terug op de plaat die hun leven én een dorp veranderde

Er zijn albums die je mooi vindt. En er zijn albums die een dorp uit het hoofd kent. Twintig jaar na de verschijning is Liedjes in de Toon van het Leven nog altijd zo’n plaat. Zet tijdens de kermis de eerste akkoorden van Wiegelied, Mijn Dorp of Jij Lacht in en je weet zeker dat de hele Dijk de rest voor zijn rekening neemt. Alsof de tijd twintig jaar heeft stilgestaan.

Lees het volledige artikel in de NIVO van woensdag 5 augustus.

Fotogalerij

Virtuoos violist Micha Molthoff speelde met wereldsterren, trad op in vier continenten, maar vindt zijn rust in Edam

De jongen die verliefd werd op een vioolkoffer

De viool kwam niet in zijn leven door een concert, een beroemde solist of een muzikale familie. Het begon bij Micha Molthoff met een koffertje. Hij ziet het nog voor zich. Een jongen van de muziekschool in Purmerend loopt het lokaal binnen met een vioolkoffer onder zijn arm. Het deksel gaat open. Fluweel. Een strijkstok. Een stukje hars. Een glanzend instrument. ,,Een koffer vol cadeaus”, zegt Molthoff (57). ,,Dat mysterieuze van zo’n viool sprak me enorm aan. Ik kon er soms niet van slapen, zo graag wilde ik er eentje hebben.”

Zijn ouders begrepen er weinig van. Thuis werd vooral geluisterd naar Bob Dylan en The Beatles. Een zoon die ineens viool wilde spelen? Dat lag niet bepaald voor de hand. Toch stapte hij als zevenjarige met zijn vader in de Renault 4 richting Amsterdam, naar vioolbouwer Möller. Daar kreeg hij na een half jaar zeuren zijn eerste driekwartviool. Het bleek het begin van een levenslange passie. Al snel viel op dat Molthoff meer dan gewone belangstelling had voor het instrument. Terwijl andere kinderen nog worstelden met piepende tonen, wist hij al snel een warme klank uit de viool te halen.

,,Dat geluid maken is eigenlijk het moeilijkste. Veel ouders kennen vooral het gekras van beginnende violisten. Maar ik vond vrij snel uit hoe ik een mooie toon kon krijgen. Nog steeds zoek ik bij iedere nieuwe viool naar die sweet spot. Dat punt waarop alles samenvalt.” Op de middelbare school speelde hij al repertoire dat normaal gesproken pas op conservatoriumniveau wordt uitgevoerd. Twee keer per week volgde hij les, eerst op de muziekschool en later aan de vooropleiding van het conservatorium in Amsterdam. ,,Toen begon het serieus te worden. Op dat moment dacht ik eigenlijk al: dit is wat ik ga doen.”

,,Dan zat ik in mijn zwembroek boven te studeren terwijl vrienden buiten waren”

Professioneel musicus worden klinkt romantisch. De werkelijkheid bestaat vooral uit uren maken. Heel veel uren. Molthoff studeerde als jongen dagelijks drie uur viool, ook op schooldagen. Later werd dat nog meer. Conservatoriumlessen, theorie, harmonieleer, samenspel. Zijn leven stond in het teken van muziek. ,,Met dit warme weer denk ik nog weleens terug aan vroeger. Dan zat ik in mijn zwembroek boven te studeren terwijl vrienden buiten waren. Dat moest gewoon gebeuren.”

Ook nu, ruim dertig jaar na zijn afstuderen, oefent hij nog iedere dag. Oefenen blijft een vast onderdeel van zijn leven. ,,Ongeveer twee uur per dag. Ik weet inmiddels beter wat ik moet doen, maar stoppen met studeren doe je nooit. Je bent nooit klaar.” Die mentaliteit kreeg hij vooral mee van pianist Daniël van Zweden, die hem jarenlang begeleidde. ,,Zijn boodschap was altijd: zorg dat je voorbereiding perfect is. Hij sleepte me overal mee naartoe. Bejaardenhuizen, openingen, evenementen. Kilometers maken. Gewoon veel spelen. Daar leer je het vak.” Ook van Daniëls zoon, dirigent Jaap van Zweden, stak de violist het nodige op. ,,De keren dat hij iets over mijn spel zei, heb ik veel geleerd.”

Big in Japan 

In de loop der jaren bracht de viool Molthoff naar concertzalen in Europa, Noord-Amerika, Australië en Azië. Toch hoeft een onvergetelijke herinnering niet per se ver terug te liggen. Een van de meest bijzondere ervaringen beleefde hij nog maar kortgeleden in Colombia. In het uitverkochte Teatro Mayor in Bogotá speelde hij tango voor ruim 1300 bezoekers. Alles was aanwezig voor een droomavond. Op één detail na: de hoogte van de stad zorgde voor een onverwacht probleem. ,,Bogotá ligt op ruim 2600 meter hoogte. In de coulissen stonden zuurstofflessen met maskers klaar voor de muzikanten. Dat maak je niet elke dag mee.” Een andere bijzondere herinnering komt uit Japan. ,,Japanners zijn ongelooflijk toegewijd als ze ergens fan van zijn. We kwamen uit een concertzaal en daar stonden mensen achter hekken onze namen te roepen. We keken elkaar echt aan van: wat gebeurt hier?” Hij lacht: ,,We waren een soort big in Japan.” 

De vele buitenlandse optredens hebben hem ook anders naar zijn vak laten kijken. Waar veel musici streven naar een vaste plek in een groot orkest, koos Molthoff bewust voor een zelfstandiger bestaan. Na enkele jaren bij het Concertgebouworkest besloot hij zijn eigen koers te varen. ,,Ik ontdekte dat ik niet alleen muzikant ben, maar ook ondernemer. In Nederland moet je vaak zelf initiatieven nemen. Daarom ben ik eigen programma’s gaan produceren, die ik samen met een boeker in theaters onderbreng. Dat loopt heel goed.” Ook het Grachtenconcert in Edam ontstond vanuit het idee dat mooie culturele initiatieven niet vanzelf ontstaan. ,,Je moet soms gewoon de handen ineenslaan en het zelf organiseren.” 

Virtuositeit

Molthoff wordt regelmatig omschreven als een virtuoos violist. Een term die vaak wordt gebruikt, maar zelden wordt uitgelegd. Voor hem draait virtuositeit niet om snelheid of spektakel. ,,Het gaat om controle. Het hele vioolspel speelt zich af in een gebiedje van ongeveer vier bij vier centimeter tussen de toets en de kam. Daar moet alles gebeuren. Warme tonen, koude tonen, kleurverschillen, dynamiek. Je lichaam is eigenlijk gemaakt voor grotere bewegingen. Die fijne motoriek moet je veroveren.”

Dat veroveren stopt nooit. Zelf bleef hij na zijn studie doorgaan met het bestuderen van het grote solorepertoire. Niet omdat het moest, maar omdat hij er plezier in had. Wanneer hem wordt gevraagd wat het moeilijkste stuk is dat hij ooit speelde, hoeft hij niet lang na te denken. ,,De solo-sonates van Eugène Ysaÿe. Vooral de zesde. Daar is iedereen het wel over eens: dat behoort tot het moeilijkste wat voor viool geschreven is.” Maar belangrijker dan techniek vindt hij iets anders. ,,Talent is mooi, maar discipline is belangrijker. Of misschien is talent uiteindelijk gewoon discipline.” Als voorbeeld noemt hij een buurjongetje dat wekenlang bezig was met de bal hooghouden. ,,Toen ik vroeg of hij daarvoor had geoefend, zei hij: nee. Terwijl hij het natuurlijk wel de hele dag aan het doen was. Maar hij vond het zo leuk dat het niet als oefenen voelde.” Volgens Molthoff geldt hetzelfde voor muziek. ,,Als je ergens echt plezier in hebt, verdwijnt het verschil tussen oefenen en doen.” 

,,Mijn viool is dus gemaakt van een balk die eeuwenlang deel heeft uitgemaakt van het Uffizi”

Zelfs zijn viool heeft een verhaal. De San Filippo, het instrument waarop Molthoff speelt, werd gebouwd door de Italiaans-Amerikaanse vioolbouwer Jamie Lazzara uit hout met een uitzonderlijke herkomst. Nadat het Uffizi Museum in Florence in 1993 door een maffia-aanslag werd beschadigd, wist zij enkele oude vloerbalken uit het historische gebouw te bemachtigen. Van dat hout bouwde ze een serie violen. Eén daarvan kwam uiteindelijk in bezit van de Edammer. ,,Mijn viool is gemaakt van een balk die honderden jaren onderdeel is geweest van het Uffizi. Misschien heeft die ooit zelfs onder De Geboorte van Venus gelegen”, zegt hij. ,,Dat idee vind ik prachtig.”

Zijn fascinatie voor topinstrumenten gaat nog verder. Via zijn leermeester Jaap van Zweden kwam hij al vroeg in aanraking met violen waar de meeste musici alleen maar van kunnen dromen. ,,Jaap had ooit een dubbele vioolkoffer. In de ene helft lag een Stradivarius, in de andere een Guarneri. Als hij de stad in ging, zette hij die koffer gewoon bij mij thuis neer. ‘Speel er maar op hoor’, zei hij dan.” De herinnering brengt nog altijd een glimlach op zijn gezicht. ,,Dat hoefde hij geen twee keer te zeggen. Ik speelde urenlang zonder te stoppen. Dat vergeet je nooit meer. Alles werkt optimaal. De klank is bijna niet te bevatten.”

Edam

Ondertussen woont hij nog altijd gewoon in Edam. Dat is een bewuste keuze. ,,Ik geloof in kleine gemeenschappen. Ik vind het prettig om mensen te kennen. Dat informele hier, dat heb ik nodig. Als ik terugkom uit New York of Bogotá, geniet ik juist daarvan.” Hij ziet dezelfde behoefte terug in zijn muzikale keuzes. ,,Ook daarom ben ik uit het orkestleven gestapt. Dat werd me te groot. Ik wil iets kunnen zeggen als ik iets wil zeggen. Hier kom je elkaar makkelijker tegen.” 

Buiten de concertzalen schuilt achter de virtuoos een man met verrassend alledaagse liefhebberijen. Hij leest, kookt, kijkt met veel genoegen naar oude beelden van Diego Maradona en gaat graag golfen met zijn zoon. Met zijn dochter schildert hij af en toe mee. De onderwerpen staan daarbij meestal al vast. ,,Ik teken eigenlijk altijd draken,” zegt hij lachend. ,,Ik heb inmiddels een hele verzameling drakenschilderijen.” 

,,Ik heb inmiddels een hele verzameling drakenschilderijen”

Wanneer hij terugkijkt op zijn carrière, is hij niet het meest trots op de grote zalen, verre reizen of bijzondere instrumenten. ,,Dat ik mijn eigen weg heb gevonden. Dat vind ik het belangrijkste. Dat je op een gegeven moment denkt: dit klopt met wie ik ben.” In het najaar verschijnt een nieuw album van zijn hand. Daarop staan niet alleen bestaande werken, maar ook drie composities die hij zelf schreef. Het is meteen een blik op de toekomst. ,,Ik zou graag nog meer eigen muziek schrijven. Zelf iets maken dat er eerst niet was. En als mensen daar vervolgens door geraakt worden, is dat misschien wel het mooiste wat er is.” 

Aan het einde van het gesprek komt het onderwerp ter sprake waar alles op neer lijkt te komen. Wat is uiteindelijk belangrijker: perfect spelen of mensen raken? Molthoff hoeft er geen seconden over na te denken. ,,Mensen raken. Absoluut.” Even valt er een stilte. ,,Ik speel vaak met mijn ogen dicht. En soms open ik ze heel even. Dan zie je de zaal. Als je merkt dat je samen met het publiek voor een paar minuten ergens anders bent geweest, weg van alles wat buiten die ruimte gebeurt, dan heb je bereikt wat je wilde bereiken.” 

Daarmee is de cirkel eigenlijk rond. De jongen die ooit verliefd werd op een vioolkoffer, pakt vijftig jaar later nog altijd iedere dag zijn instrument op. Niet om perfect te zijn. Maar om iets te laten voelen. 

 

Foto: Marco Bakker

Fotogalerij

En zo krijgt Glen Campbell er weer een fan bij

Soms fiets je door het dorp en hoor je opeens Glen Campbell uit een achtertuin schallen. Of Paul Siebel. Of een andere muzikale held die in de wereld van Spotify al lang niet meer meetelt. Hoor je daar vervolgens ook nog een boor, slijptol of het schrapende geluid van een schep bij, dan weet je genoeg: hier is een Volendams bouwputje in bedrijf.

Laatst kwam ik er weer eentje tegen.

Een pensionado stond in een kuil betonresten weg te scheppen. Op een groene biobak balanceerde een bouwradio die het minder bekende werk van de Rhinestone Cowboy met het volume van een opstijgend passagiersvliegtuig over de buurt uitstrooide.

Naast hem werkte een jongen van een jaar of twintig. Ook een schep in zijn handen. Ook het zweet op zijn voorhoofd. Alleen vijftig jaar minder levenservaring.

Ik vroeg me af wat er door zijn hoofd ging. Misschien denkt hij nu nog: wat is dit voor muziek? Waarom luisteren we niet gewoon naar iets van deze eeuw? Waarom staat hier geen 538 op?

Maar zo werkt het niet.

Want op een gegeven moment, tussen de kruiwagens, de koelboxen en de dagelijkse lezingen over hoe vroeger alles beter was, wordt iets doorgegeven. Onmerkbaar bijna. Hetzelfde mysterieuze proces waardoor je ooit zinnen van je vader uit je eigen mond hoort komen zonder dat je weet wanneer dat precies begonnen is.

Op een dag is die oudere collega verdwenen.

En dan staat die jongen er zelf. Met een versleten rug. Met een schep. Met Glen Campbell.

En ergens naast hem staat dan weer een jongen van twintig te denken: Wat is dit in Gods naam voor muziek?

En het mooiste is: hij heeft het zelf niet eens door.

Fotogalerij

Jen Hansen: ‘Professionaliteit achter de schermen, toegankelijkheid voor iedereen’

Achter het succes van 25 jaar KunstKijken

25 jaar geleden begon KunstKijken als een laagdrempelig evenement waar kunstenaars hun werk konden tonen aan het grote publiek. Een kwart eeuw later trekt het nog altijd bezoekers uit de hele regio en is het uitgegroeid tot een begrip in Volendam. Volgens kunstenaar en werkgroeplid Jen Hansen schuilt het succes in een opvallende combinatie: een professionele organisatie achter de schermen, terwijl deelname én bezoek nog altijd gratis zijn gebleven. ,,Dat is tegenwoordig eigenlijk heel bijzonder.”

Lees het volledige artikel in de NIVO van woensdag 8 juli.

Foto: Annemarie Kroon

Fotogalerij

Karen Schilder onderzoekt de visstand, maar probeert vooral begrip te kweken tussen onderzoekers en vissers

De brug tussen twee werelden

De eerste kennismaking verloopt meestal hetzelfde. Mensen horen haar achternaam en vragen vrijwel direct of ze uit Volendam komt. Ja, haar vader is Jaap de Witte, voormalig gitarist van de 3JS. Maar tussen de vissers levert een andere familiegeschiedenis meer gespreksstof op. Daar vertelt Karen Schilder (35) liever over haar bap, haar oom en haar neef, die alle drie hun brood op zee verdienden. ,,Als ik die namen noem, zie je meteen herkenning. Dat spreekt in die wereld veel meer tot de verbeelding.”

Lees het volledige artikel in de NIVO van woensdag 8 juli.

Foto: Michiel Dammers

Fotogalerij

Kees Tol over de ‘gebakken lucht’ van televisie, een ‘bedroefde’ fotoshoot voor L’HOMO en de liefde op afstand

‘Ik genees geen kanker. Ik praat over een poef en gordijnen’

Hij presenteerde tientallen televisieprogramma’s, reisde naar alle uithoeken van de wereld en vloog het afgelopen jaar meerdere keren naar Amerika voor de liefde. Toch vindt Kees Tol (44) zijn geluk nog altijd in de simpelste dingen. Een wandeling over de Dijk. Een nachtje op zijn boot in de haven. Een biertje met vrienden op loopafstand. In een openhartig gesprek vertelt de Volendammer over zijn relatie met de Amerikaanse Buddy, zijn bedroefde fotoshoot voor L’HOMO, uit de kast komen in Volendam en waarom hij televisie steeds minder belangrijk vindt.

Lees het volledige artikel in de NIVO van woensdag 8 juli.

Fotogalerij

Een sekte met een kerstpakket

Een van mijn grootste nachtmerries is werken voor een bedrijf dat je dwingt om gezellig te doen.

Niet gewoon een keer een borrel, daar kom je nog wel overheen.

Nee, ik bedoel het hele pakket: kennisdagen, teamweekenden, inspiratiesessies, familieopstellingen, en – mijn persoonlijke favoriet – ‘verbindingsoefeningen’. Activiteiten die in vacatureteksten worden verkocht alsof het een voordeel is. Alsof je denkt: hé, bere, nóg meer tijd met collega’s.

Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet vies van een feestje. Maar er is een verschil tussen een biertje na werktijd en verplicht met je leidinggevende in een kring zitten in een boshut terwijl iemand fluisterend vraagt waar jouw ‘innerlijke blokkade’ zit.

Laatst hoorde ik van iemand die met de directie ‘familieopstellingen’ moest doen.

Dat is dus dat je met collega’s gaat naspelen wie jouw vader is, wie jouw trauma vertegenwoordigt en wie er symbool staat voor ‘de onuitgesproken spanning binnen het team’. Een paar uur lang gezellig in elkaars ziel roeren, en daarna moet je met dezelfde mensen aan het diner.

Vlees of vis?

Scheutje trauma erbij?

En dan kom je, als je geluk hebt, net voor middernacht thuis. Om de volgende ochtend weer om zeven uur in diezelfde bus te zitten. Naast een collega die gisteren jouw ‘innerlijke kind’ speelde.

Als je een beetje introvert bent, of gewoon normaal, sta je daar niet om te springen.

Maar bij veel zelfbenoemde hippe bedrijven is dit de standaard geworden. Hechte teams die ook buiten werktijd graag samenkomen. Work hard, play hard. Vrijdagmiddagborrels, teamtrips, events. We vieren successen samen.

Wat ze er niet bij zeggen, is dat je er ook bij móét zijn.

Hier in de regio is het gelukkig vaak simpeler.

Op de steiger, in de vis of op kantoor: The Cats aan en meters maken. Geen flip-over, maar een flip met muissies in je broodtrommel. Geen boosts door targets, maar een knikje en misschien een: ‘lekker bezig’. Geen kringgesprekken over je jeugd, maar op vrijdag van kermis pilzen in De Jozef.

Gewoon werken.

En als je klaar bent, ga je naar huis. Naar je eigen mensen. Die je wél hebt uitgekozen.

Als je directeur denkt dat werk ook je sociale leven moet zijn, klopt er iets niet.

Dan zit je in een sekte.

Met een kerstpakket.

Werk is werk. Vriendschap regel je zelf wel.

Zodra een bedrijf die twee door elkaar haalt, wordt gezelligheid een verplichting.

Fotogalerij

Met hulp van vrienden, familie en een bouwpakket uit Letland realiseerde Alex Schilder zijn droom

Hij kocht een heimachine op Marktplaats en bouwde zijn eigen huis

Op een ochtend in augustus rijden twee vrachtwagens vanuit Letland een erf in Oosthuizen op. Op de opleggers liggen honderden houten onderdelen, stuk voor stuk genummerd en klaar voor montage. Voor voorbijgangers is het niet meer dan een bouwlevering. Voor Alex Schilder (33) voelt het als het startschot van een avontuur waar velen niet eens aan zouden beginnen. Midden in de chaos van stijgende bouwprijzen, materiaaltekorten en de oorlog in Oekraïne besloot de Volendammer zijn eigen huis te bouwen. Een keuze die hem grijze haren, slapeloze nachten én een flinke dosis trots oplevert.

Lees het volledige artikel in de NIVO van woensdag 1 juli.

Fotogalerij

Volendamse wil boekenclub nieuw leven inblazen

Luna zoekt lezers

Terwijl veel leeftijdsgenoten hun vrije tijd vullen met series, social media of sport, zit Luna Guyt (24) regelmatig met een boek op schoot. Niet af en toe, maar vrijwel iedere dag. In de bus naar haar werk, voor het slapengaan of op een rustig moment thuis. Gemiddeld leest ze vijf tot zes boeken per maand. Die liefde voor lezen bracht haar op een idee: een eigen boekenclub in Volendam.

Lees het volledige artikel in de NIVO van woensdag 1 juli.

Fotogalerij

Welcome, my friend

Als iemand je in een warm land aanspreekt met my friend, weet je eigenlijk al genoeg.

Die woorden worden altijd opgevolgd door een poging om je iets aan te smeren waar je niet om hebt gevraagd. Een zonnebril. Een horloge. Een watermeloen. Een massage. Een tas. Een pet. Een andere zonnebril.

Als westerling ben je in toeristische gebieden een portemonnee met benen. Iedereen die weleens over een boulevard in Spanje, Turkije of Egypte heeft gelopen, weet precies wat ik bedoel. Sommige mensen verdienen hun geld met ondernemen. Anderen verdienen hun geld met heel hard ‘my friend’ roepen naar mensen die proberen ergens rustig voorbij te lopen.

Een friend van mij was laatst met zijn gezin in Salou. Ze liepen over de boulevard toen een man met een menukaart uit het niets opdook. Zo’n gozer die tegelijk propper, gastheer, ober, manager, kok en eigenaar van de tent is.

Vijf minuten later zaten ze aan tafel.

,,Welcome, my friend.”

Dat is meestal het moment waarop je eigenlijk alweer op moet staan.

Hij bestelde een steak.

,,No, my friend. You get two steaks. Pay one, get two.”

Hij probeerde nog uit te leggen dat hij helemaal geen behoefte had aan twee complete stukken koe. Dat hij met één prima uit de voeten kon. Maar dat gesprek verloor hij kansloos.

Dus daar kwamen twee borden.

De eerste was matig. De tweede zag eruit alsof hij al een paar zonnige dagen had meegemaakt voordat hij op tafel belandde.

Mijn vriend vroeg zijn vrouw een stukje te proeven.

Ze nam een hap.

Ze spuugde hem vrijwel direct weer uit.

,,Die is niet goed meer.”

Die nacht sliep mijn vriend zittend.

Op het toilet.

De volgende ochtend zag hij zijn nieuwe vriend nergens meer.

En dat is eigenlijk het hele probleem met mensen die je voortdurend vriend noemen. Je voelt meestal haarfijn aan dat ze het niet menen.

Hoe vaker iemand het woord gebruikt, hoe minder het meestal betekent.

De man met de zonnebrillen op het strand. De ober met twee biefstukken. De straatverkoper. De man die je gaat uitleggen hoe je met een investering van vijftig euro binnen drie maanden financieel onafhankelijk wordt.

Allemaal vrienden.

Totdat de rekening komt.

Mijn echte vrienden noemen me zelden vriend. Meestal noemen ze me Kevin. Of iets dat niet geschikt is om hier af te drukken.

Maar als ik ooit moet verhuizen, staan ze er wel.

Ergens voelt dat toch als een overtuigender bewijs van vriendschap dan een gratis tweede biefstuk.

Fotogalerij