Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

All posts by De redactie

Liefde is...

Jan en Maart, verliefd in goede en in slechte tijden…

71 en 73, maar nog fit als in hun jonge jaren. ,,Ik voetbal zelfs nog bij de Old Stars”, vertelt Jan Kluessien. ,,Als een van de weinige Volendammers. De meesten hebben ‘een heupie’, een ‘knietje’ of zo’n kastje in hun borst, maar ik ben nog hartstikke fit.” Ook bij vrouwlief Maart Vais straalt de jeugdigheid er nog vanaf. Toch heeft ze haar portie ellende wel gehad de afgelopen jaren.
Door Jan Koning

,,Het was op een gegeven moment zelfs zo erg, dat ik zei tegen Jan ‘je kunt beter een andere vrouw zoeken. Jij hebt ook geen leven zo’”, vertelt Maart. Voor Jan is er geen denken aan. ,,Maart heeft tinitus. Het begon met oorsuizen aan de ene kant en later kwam er ook een fluittoon in het andere oor. De dokter zei dat het misschien beter was als ze in een rusthuis zou gaan. Niets daarvan, zei ik hem. Ik ben haar rusthuis. We gaan hier samen doorheen en ik blijf bij mijn vrouw.”

[ads id=66]

Het is tekenend voor de liefde tussen Jan en Maart. De liefde die – op z’n zachtst gezegd – wat roemoerig begint. Maart: ,,Ik moest in het begin niets van hem hebben. Ik vond het zo’n macho op z’n brommertje. Toch had hij wel iets spannends en toen hij me voor de tweede keer vroeg, ben ik toch maar met hem meegegaan.” Eenmaal samen gaat het volgens Maart nog zeker twintig keer uit. ,,Hij ging vroeger altijd om met Jaap Cas – de manager – en met Klaas Renier. Ze gingen vaak zonder iets te zeggen achter The Cats aan in die sportwagens van ze. Zat ik weer op hem te wachten thuis. Dat was ik op een gegeven moment spuugzat. Dus ging ik naar de dansschool van Spruitje en dan ging ik met een andere jongen mee. Ik dacht bij mezelf; ik pak ‘m wel effe terug.”

‘Ik ben haar rusthuis.
We gaan hier samen
doorheen en ik blijf
bij mijn vrouw’

Uiteindelijk komen ze toch weer bij elkaar en blijven bij elkaar, ondanks de inspanningen van Jan’s schoonvader. ,,Haar vader – Piet de Koan – kon nooit normaal doen”, aldus Jan. ,,Als we effe te lang in het steegje stonden – en ik net wat probeerde – gooide die ‘naaier’ een zooitje aardappelen naar ons toe. Kreeg ik tien aardappelen op mijn achterhoofd. Of een andere keer, toen ik uit mijn werk kwam in Brabant. Ik zette mijn klompen voor de deur en ging naar binnen. Het was hartstikke gezellig. Loop ik terug, trek mijn klompen weer aan en wat denk je? Had Piet een fles pudding in mijn klompen leeggegoten. Sprong de pudding zo tegen mijn gat op. Toen was meteen de verkering uit en ben ik ook zes weken niet meer gekomen.”
Gelukkig komt het ook weer goed tussen Jan en zijn schoonvader en later neemt hij zijn schoonouders en ouders regelmatig mee voor een dagje uit. Maart: ,,We gingen op zondag altijd naar de film in Amsterdam. Na afloop namen we ze mee naar een klein cafeetje – Henkie Populair – voor een cognacje. Daar konden ze echt van genieten. Helemaal geweldig. Ik zeg ook altijd; ‘als wij doodgaan, zijn we 150 geworden. We hebben echt geleefd en samen zoveel leuke dingen gedaan.”
Leuke dingen waar het stel extra van heeft kunnen genieten, omdat ze ook de andere kant van de plaat kennen. Maart: ,,Toen ik in verwachting was van Ingrid begon Jan voor zichzelf. Het eerste jaar heeft hij het ontzettend moeilijk gehad. We hebben schuil gezeten voor de bakker. Dat mag je best weten. Het eerste jaar was het echt pure armoede.”

‘Ik verkoop een
ijskast aan
een eskimo’

Jan: ,,Ook in die tijd heeft Maart me nooit laten vallen. Ze heeft zich ook nooit zorgen gemaakt. Handel is mijn leven. Ik verkoop een ijskast aan een eskimo en een zonnebank aan iemand met een getinte huidskleur. Dat kan ik en mijn zoon Kees heeft die handelsgeest van me overgenomen. Hoe moeilijk het ook was, Maart hield er vertrouwen in en dat heeft zich uiteindelijk uitbetaald. Want toen het eenmaal ging lopen, werd het een ontzettend goede zaak.”
Een zaak die inmiddels overgenomen is door zoonlief Kees. ,,Hij doet het fantastisch en ik ben ontzettend trots op ‘m”, vertelt Jan. ,,En uiteraard ook op onze dochter en de vier kleinkinderen.” Maart: ,,Ik kan geen dag zonder ze. Nou oké, niet meer dan drie dagen dan. We gaan graag een weekendje weg samen, maar als we wel eens een weekje weggingen zonder de familie dan zei ik na drie dagen tegen Jan: ‘kunnen we nog niet naar huis?’ Dan ga ik ze te erg missen.”
Missen doen Jan en Maart ook de bezoekjes aan Heerenveen om te kijken naar de verrichtingen van hun kleinzoon Joey Veerman. ,,Dat was echt een uitje voor ons. Op vrijdag weg en een hotelletje in de buurt boeken. Dan op zaterdag naar de wedstrijd en daarna weer naar huis. Echt genieten en we hopen dat het zo snel mogelijk weer allemaal weer normaal wordt, zodat we Joey weer kunnen zien schitteren.”

Fotogalerij

Ideaal weer voor Sint Maartenviering

Woensdagavond 11 november was het Sint Maarten. Het zag er even naar uit dat de kinderen niet langs de deuren mochten gaan om zingend snoep te verzamelen vanwege Corona, maar met wat aanpassingen kon dit kinderfestijn toch doorgaan.

 

Aan de deuren werd snoep uitgedeeld door jonge kinderen of er stonden op de voorstraatjes tafels met daarop snoepgoed. In de Oude Kom en op de Blokgouw-woonwijken, kwamen maar weinig zingende kinderen langs. Toch nog opvallend veel groepjes kinderen met lampionnen kwam men tegen op delen van het Middengebied en de Broeckgouw.

Ook op het Munnikenveld, waar steeds meer kinderen komen, werd veel snoepgoed uitgedeeld op Sint Maarten. Het weer werkte in ieder geval prima mee, want er stond weinig wind met ’n aangenaam temperatuurtje.

Fotogalerij

Purmerender Marcel Groot bood spontaan hulp aan tijdens die Nieuwjaarsnacht n

Positief politiemens, ondanks alles

Op 1 januari is het straks 20 jaar geleden dat Volendam breaking news was in Amerika (CNN) en Groot-Brittannië (BBC). Nederland raakte geschokt, omdat bar De Hemel in brand stond en tientallen feestvierende kinderen – van buiten en van binnen – verwond raakten. Veertien jongeren kwamen te overlijden, duizenden mensen waren betrokken. Families, vrienden, omwonenden, hulpverleners, ooggetuigen, velen raakten getraumatiseerd. Naast de vele drama’s bracht de nasleep van de Nieuwjaarsbrand ook onvoorstelbare veerkracht en verrassende, soms ontroerende, gebeurtennissen met zich mee in de twintig jaar daarna. De Nivo brengt een reeks verhalen met mensen uit die betrokken groep. Vandaag Marcel Groot (50), één van de mensen van buiten, die Volendam terstond te hulp schoot. In zijn geval spontaan, want als politieman functioneerde hij eigenlijk in een ander regio. Maar hij had en heeft iets met Volendam. Een hulpverlener van buiten geeft een bijzonder inkijkje. Marcel is geen gewone agent, maar een politiemens. Vanuit zijn humane inborst zit hij twintig jaar later tevens nog met een vraag. ,,Iemand is me bijgebleven en ik ben benieuwd hoe het met haar gaat.”
Door Eddy Veerman

Aan het einde van het gesprek, op een late maandagavond, wandelen we over een verlaten dijk. Op zoek naar punten van herkenning. Marcel was in Volendam, toen de Nieuwjaarsbrand tien jaar later werd herdacht, maar ging destijds niet terug naar waar hij 01-01-01 midden in de consternatie deed wat hij kon doen. Bij café De Molen en De Dijk staat hij stil. Bij die laatste, daar moet het geweest zijn dat hij de angstige ouders in de ogen keek. En in de Haringstraat, daar moet hij ergens boven een brandslachtoffer hebben bijgestaan. Maar waar precies, dat is niet helemaal helder. Als hij richting zijn auto gaat, om terug naar Friesland te rijden, vertelt Marcel dat hij onderweg soms de stilte haar werk laat doen. ,,Maar ik zet ook vaak een zelf samengestelde cd aan, met liedjes die me aan iets herinneren.” En genoeg levensmomenten om over te mijmeren. ,,Alle liedjes duren een minuut, behalve twee. Waaronder ‘Always look on the bright side of life’, uit Monty Python. Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen moeilijk een drama te boven komen, maar probeer ondanks alle ellende toch positief te blijven, dat is mijn motto.”

[ads id=66]

Marcel is een geboren en getogen Purmerender. ,,We woonden aan het Wormerplein, waar Volendammer Viswinkel Sier & Jonk al sinds jaar en dag zit. Mijn ouder scheidden toen ik jong was. Moest mijn moeder heel hard werken om een dagje-uit te kunnen met mij en mijn broertje, we hadden het niet breed. Mijn vader was vanaf mijn vijfde uit beeld, voor vijftien jaar lang. Inmiddels zijn we twee handen op één buik.”
,,Als kind had ik al een paar beroepen op het oog: geschiedenisleraar, politieman of soldaat. En uiteindelijk knipte ik, negentien jaar jong, in de Veronica Gids een advertentie van de politie uit. Wat het is? Een roeping: ik vind het mensenwerk, maar het is ook de actie die je trekt. Het boeven vangen, plat gezegd. Later, tijdens je opleiding en als je er eenmaal bij zit, weet je welke keuzes je hebt: wil je iets met verkeer doen, wijkagent, jeugdagent of bij de milieupolitie?”
,,Tijdens de opleiding krijg je bepaalde vakken, van civiel- tot strafrecht, van verkeerswetgeving tot met je vuurwapen leren schieten, maar ook maatschappijleer: wat is de rol van de politie, wat is de rol van de politiek maar ook die van de media? Je hebt zelf al een idee van wat je te wachten staat, maar uiteraard word je vooral onderweg gevormd. Ik was negentien en kwam onder moeders rokken vandaan.” Marcel volgde zijn opleiding in Leusden. ,,En werd aangenomen voor de gemeentepolitie Rijswijk. Ik moest mezelf daar ook vestigen. Altijd fijn als je dan ook iets bekends in je buurt hebt, zoals ik regelmatig met een collega van de politie een harinkje at bij Volendammer vishandel Koning in winkelcentrum In de Boogaard.”

‘De volgende morgen
hoorde ik op het werk
dat in de buurt van
Purmerend en Ilpendam
zes jongeren waren omgekomen.
Ze kwamen terug van een
stapavond in Volendam’

Tijdens de Kerst van 1994 gebeurde er iets huiveringwekkends, dat ook veel Volendammers nog op het netvlies staat. ,,Het was Kerstmis en ik had mijn moeder en haar man, mijn broertje Jeroen en mijn opa en oma uitgenodigd, om in Rijswijk te komen eten. Mijn broertje koos er voor om te gaan stappen in Volendam, samen met wat vrienden en vriendinnen uit Ilpendam en Purmerend.”
,,De volgende morgen hoorde ik op het werk dat in de buurt van Purmerend en Ilpendam zes jongeren waren omgekomen, bij een noodlottig ongeval met een auto. Het stond op Teletekst. Ik belde vanaf het politiebureau met mijn moeder, om even te checken. Ze had het ook gelezen. ‘Erg hè’. Verder maakte zij er niets van. Jeroen woonde nog bij haar. Je had in die tijd geen mobiele telefoons. En dat ze nog niks van Jeroen had gehoord, na zo’n uitgaansavond, dat gebeurde vaker, dan sliep hij bij vrienden. Ik ging mijn dienst in, de straat op en na een paar uur keerde ik terug op het bureau. Ik wilde toch nog eens mijn moeder bellen…”
De gedachte aan de woorden die volgden, de dramatische klank waarmee ze werden uitgesproken, ze grijpen hem naar de keel en maken hem verdrietig. ,,Want het zat me toch niet lekker… Kreeg ik mijn moeder aan de lijn… Huilend. Ze zei dat Jeroen er bij was. Hij was dood. Normaal vloek ik niet zo snel, maar dat deed ik toen wel, met al mijn collega’s om me heen. Jeroen was die Kerstavond op de Volendamse dijk beland en toen hij terugging met vijf generatiegenoten, reden ze de Purmer in. Het ijzelde en vroor die nacht, dus vooral die zijweggetjes waren spekglad. Bij de bocht, om richting Ilpendam te gaan, gleed de auto met zes personen de Ringvaart in. Ze verdronken…”
,,Zelf had ik sinds enkele jaren weer contact met mijn vader, maar Jeroen nog niet. Nadat ik mijn moeder had gesproken, belde ik mijn oom, met de vraag of hij naar mijn vader wilde gaan, zodat hij hem kon opvangen als ik hem ging bellen. Uitgerekend een week eerder was ik met mijn broertje spontaan naar Alkmaar gereden, waar mijn vader woonde. Helaas was mijn vader toen aan het werk en troffen we hem niet. En een week later gebeurde het, waardoor het voor mijn vader extra pijnlijk was. Want niet lang na Jeroens geboorte verdween hij uit beeld en sindsdien hadden ze elkaar maar één keer gezien, op een bruiloft. Maar nooit meer gesproken…”
Het was Jeroen die – zijn eigen – de auto bestuurde. ,,Gelukkig wees onderzoek uit dat hij niet had gedronken. Ik heb destijds vier van de zes begrafenissen bijgewoond, de andere twee liepen parallel, dus kon ik niet bij zijn. Gelukkig heb ik in de tijd daarvoor alles tegen mijn broertje gezegd. Ook dat ik van hem hield, ook al was dat op die jonge leeftijd niet stoer. Toen ik zelf voor het eerst vader zou worden, kreeg ik ineens die bezorgdheid – bang dat er iets gebeurt of om iemand te verliezen – terug, die ik in mijn jeugd had. Ik moest immers altijd op mijn broertje passen, omdat mijn moeder veel moest werken.”

Hart
,,Jeroen zit in mijn hart. In mijn beleving ben je pas echt dood als mensen het niet meer over je hebben. Dus ik bezoek zijn graf als ik hier in de buurt ben. Ik heb geleerd dat het goed is om altijd uit te spreken dat je van iemand houdt. En dat je nooit met een slecht gevoel en zonder iets te zeggen bij iemand weg gaat, dat geef ik mijn kinderen ook mee.”
,,Het is één van de diepste dingen je kunt meemaken, je broer of zus verliezen en nog een graadje erger: je kind verliezen. Slechte ervaringen, ze horen bij het leven, ook al maak je het liever niet mee. Ik heb het meegenomen en geprobeerd er iets positiefs van te maken. Zo’n ingrijpende gebeurtenis, het creëert een olifantenhuid en tegelijkertijd word je gevoeliger. Ik heb als politieagent meerdere slecht nieuwsgesprekken moeten voeren. In de tijd vóór de dood van mijn broertje deed ik het ook vanuit mijn gevoel, maar vooral ook hoe ik het had geleerd. Hoe je het nieuws brengt en dat je een glaasje water aanbiedt. Maar na het ongeval van mijn broertje kon ik er veel meer mijn gevoel in leggen. Ik heb meerdere keren bij mensen thuis moeten vertellen dat hun kind of partner was overleden en dan geef je ze eigenlijk levenslang. Je bent een boodschapper van vreselijk nieuws, maar als mensen je achteraf toch dankbaar zijn, betekent het dat het gewaardeerd wordt dat je het op een menselijke manier doet.”
Enkele jaren later verkaste hij naar een andere regio, als agent. ,,Ik wilde eens kijken hoe het zou zijn in Noord-Holland. Kwam in Hoofddorp terecht en daar – in Vijfhuizen en omgeving – werd ik wijkagent. Zo kon ik mijn hart kwijt: omgaan met én een band opbouwen met mensen. Ik kon daardoor gemakkelijker dingen gedaan krijgen. Ik verhuisde naar Purmerend-Zuid. En voelde me thuis in het dorp Ilpendam, waar mijn grootouders woonden. Mijn opa was altijd mijn grote voorbeeld, hij was in Ilpendam commandant van de Vrijwillige Brandweer.”
,,Ik was bij hen op visite in die nacht van 1 januari 2001. Het was de laatste Oud & Nieuw met mijn opa en oma, wat mijn opa had kanker en niet lang meer te leven. Ik draaide regelmatig nachtdiensten en was ook gevraagd door het bureau in Hoofddorp, maar ik had deze keer bedankt omdat ik bij mijn grootouders wilde zijn. Mijn opa was bedlegerig. Keken we die avond om twaalf uur samen uit het raam, daarna ging hij slapen en oma en ik gingen naar beneden. Daar stond zijn scanner nog en die deden we aan. Plots hoorden we berichten van de politie en brandweer, dat er brand was en jongeren in het water sprongen. Er werden eenheden naar Volendam gestuurd, ook vanuit Purmerend. Ik heb de auto gepakt en reed richting het politiebureau van Purmerend, waar nog maar één dienstauto was. Vroeg ik of ik in de stad moest assisteren, maar de collega stuurde me meteen naar Volendam en precies op dat moment kwam de overgebleven dienstauto aangereden en ik stapte achterin.”

‘In de woning in de
Haringstraat zat boven
in de badkamer een meisje
met brandwonden,
al klappertandend
in het water’

,,We parkeerden de politieauto, in de buurt van de Haringstraat. Toen we uitstapten, deed ik een hesje van de politie aan en kwam er meteen een jongen en een meisje op me af. Ze vroegen waar de EHBO was. Uit de mond van de jongen kwam zwarte rook en hij droeg de geur van brand bij zich. Ik had nog een geen enkel beeld van wat er gaande was, zag wel veel mensen lopen, maar kende er de weg ook niet. Iemand van beveiliging sloot zich bij ons aan en in koppels van twee zijn we ergens heen gegaan. Er kwam een andere collega uit een woning in de Haringstraat en vroeg ons om hulp. Boven in de badkamer zat een meisje met brandwonden, al klappertandend in het water. Ik draaide de kraan meteen van ijskoud naar lauw. Samen met mijn collega droeg ik het meisje vervolgens van de nauwe trap de politieauto in en zij werd naar het ziekenhuis vervoerd.”
,,Wij kregen daarna de opdracht om naar een café – welke weet ik niet meer – te gaan, om daar voor de ingang te gaan staan. Er stonden namelijk allemaal ouders en familieleden die wilden kijken en weten of hun kind binnen lag. Het was duwen en trekken. Er hoefde maar iets te gebeuren en het kon vechten worden. Arm in arm stonden we met z’n vieren voor de deur. Ik herkende één Volendammer, hij had een viskar in Zwanenburg. Binnen was één, lange, brandweerman. Dat werd mijn held. De familieleden en vrienden buiten noemden namen en de brandweerman gaf vervolgens telkens het antwoord, of diegene binnen was of niet, of dat iemand al naar een bepaald ziekenhuis was gebracht. Daardoor ontstond er iets meer rust en nam de de druk op ons af.”
,,Daarna kregen we de taak om de dijk verder te ontruimen, mensen buiten de afzettingen houden. Er kwamen jongeren op ons af, sommige met ernstige brandwonden. Soms wist ik echt niet wat ik zag…” Zijn woordenstroom hapert, het maakt hem droevig. ,,Je ziet het, je neemt het op, maar het is niet te bevatten. En het zorgt voor apathie. Het gaat om kinderen. Dan heb je je collega die op dat moment kan zeggen ‘rechtdoor en daar rechts is het gemeenschapsgebouw’, daar kun je heen.” Hij doelt op de PX.
,,Ik zag de burgemeester van Purmerend staan, als Hoofd van de Veiligheidsregio, in overleg. Op een gegeven moment kregen mijn collega en ik de opdracht om de lijst met namen van jongeren die overleden en geïdentificeerd waren, naar het gemeenschapsgebouw te brengen. In de tussentijd werden we aangeklampt door mensen, die kennelijk wisten dat we iets bij ons hadden en zij stelden logischerwijs allerlei vragen. Maar we moesten hen doorverwijzen.”
,,Er gebeurde heel veel die nacht. Om half zes ’s morgens kwam ik terug op het bureau in Purmerend en ik vroeg de collega een pot sterke koffie te zetten, want mijn dienst in Haarlemmermeer zou starten. Maar ik werd naar huis gestuurd, om even bij te gaan slapen. Al snel werd me duidelijk dat in mijn werkregio – Haarlemmermeer – één van de werknemers van de Volendamse visboer op de markt in Zwanenburg, zijn dochter was verloren in die nacht. Heel bijzonder was dat klanten en omwonenden allemaal bloemen… hadden neergelegd bij de viskar. Dat vond ik een heel mooi gebaar…” Doelend op Kees Buijs, de onlangs overleden vader van de op 01-01-01 gestorven Liesbeth Buijs, maakt het hem emotioneel.
,,Tot op de dag van vandaag ben ik benieuwd hoe het dat meisje die we uit de badkamer hielpen, is vergaan. Die lange brandweerman heb ik later nog gezien, toen tien jaar na dato in Volendam een herdenking was. Ik ben op hem afgestapt en heb gezegd dat hij mijn held was. Die herdenkingsdag eindigde ik in de brandweerkazerne van Volendam, waar we mooie gesprekken hadden.”

Begrip
,,De Volendamse ramp is een begrip in Nederland. Ik heb die ervaring kunnen gebruiken in mijn werkgebieden. Richting jongeren, wanneer zij grenzen opzochten zoals het laten ontstaan van een zuipkeet, maar ook naar de gemeenten toe. Ook in deze wilde ik, wat ik heb meegemaakt, ombuigen in iets positiefs. In de trant van ‘wees zuinig op jezelf en elkaar’.”
,,En wat die nacht is bewerkstelligd, is met heel veel hulpverleners geklaard. Ik weet dat in de nasleep collega’s uit korpsen er moeite mee hebben gehad, met wat ze hebben gezien. Voor mezelf geldt dat Volendam altijd al een rol in mijn leven speelde, of het nou voetballen tégen – bij Purmersteijn en Ilpendam – was of de muziek, of daar stappen. Ik voel me sinds de ramp nóg meer verbonden met Volendam.”
Uiteindelijk zou hij na een aantal dienstjaren in het Noordhollandse naar Friesland gaan, om daar wijkagent te worden. Hij was nog niet zo lang in functie, toen hem daar iets aangrijpends overkwam, wat lang door etterde. Naar aanleiding daarvan verleende Marcel zijn medewerking aan de documentaire ‘Noodweer’, die in augustus bij de KRO/NCRV werd uitgezonden.
Ondanks alles wat hij tot dusver in zijn functie en privé meemaakte, staat Marcel optimistisch in het leven en blijft ook de politie trouw. ,,De laatste zes jaar zit ik op de meldkamer Noord-Nederland in Drachten en is er wat meer afstand, maar je krijgt wel de meldingen onder ogen en weet waarmee je collega’s dan worden geconfronteerd. Soms maak je héle heftige situaties mee bij de politie, moet je op een ongeluk af, voer je slecht nieuws gesprekken en moet je daarna klaarstaan om op een burenruzie af te gaan. Het gaat er altijd om hoeveel ruimte je krijgt en neemt om die eerdere gebeurtenis te verwerken. We moeten er telkens met elkaar voor zorgen dat die ruimte er is. Ik ben er nog steeds trots op dat ik politieman ben. Ik ben meer een politiemens, zoek graag de verbindingen, ook van de verschillende werelden. En ik heb nog genoeg uitdagingen.”
,,De straat op gaan als wijkagent, dat is er al enkele jaren niet meer bij, maar dat blijft wel trekken. Maar dan wel voor zaken waaraan je iets bij kunt dragen. Jongeren die vernielingen aanrichten, dat vind ik zonde van mijn tijd. Ik had altijd al iets met jeugd. Wilde ze iets meegeven. Sprak ze wel eens aan met: ‘tot je achttiende heb je last van mij, zit ik achter je aan als dat moet. Fouten maken mag, maar leer er van en zorg dat je geen strafblad krijgt’. Ik zat ook echt achter ze aan, maar mijn deur stond ook altijd open voor hen. Ik verplaats me ook in hun situatie, weet dat de hersenen nog in ontwikkeling zijn en er soms sprake is van groepsdruk of een moeilijke jeugd. Nu heb ik zelf pubers en daar kan ik ook mee sparren”, glimlacht Marcel.
,,Ervaringen vormen je, maar dat doen collega’s ook. Ik ben een spons en nam alles altijd in me op. Ben collega’s en mensen ook altijd dankbaar geweest en dat spreek ik ook altijd uit. Da’s belangrijk.” ‘Volendam’ liet een indruk achter op hem, Marcel laat een indruk achter op Volendam. Als hij gedag zegt, om de Afsluitdijk over te gaan, klinkt het fluitje nog door, na ‘Always look on the bright side of life…’

 

Fotogalerij

Avondrood boven Katwoude

Jenny Leek-Smit kan niet alleen goed toneelspelen en shows presenteren, ook met de camera kan zij prima overweg. Afgelopen donderdagavond maakte zij deze schitterende foto van de ondergaande zon.

 

Vanaf de Hoogedijk te Katwoude maakte Jenny deze opname, waarbij de wolkenpartijen en weilanden met een roodkoperen gloed beschenen werden. Door het windstille weer reflecteerde het zonlicht op de sloot bij de Molen van Asker. Het zorgt voor een mooi plaatje dat niet op Nivo-TV/online mag ontbreken.

Ook ’s morgens als de zon opkomt is het de afgelopen dagen genieten geblazen aan de Haven met steeds een wisselend decor en kleurenpalet boven het Markermeer. Fotografen kunnen er hun hart aan ophalen.

Fotogalerij

Afscheidsfeest van ‘De Vrienden van de Meermin’

Binnen afzienbare tijd zal het verzorgingshuis De Meermin te Edam onder de sloophamers verdwijnen. Het gebouw is sterk verouderd en voldoet niet meer aan de huidige wooneisen en wensen. In Edam werd 36 jaar geleden Stichting ‘De Vrienden van de Meermin’ opgericht.

 

Elk jaar werden er voor de bewoners activiteiten georganiseerd, waaronder een feestmiddag. Zaterdag werd een laatste afscheidsfeestje gehouden. Vanwege corona moest dit aangepast gebeuren. Zangeres Janina Greven-Plat verzorgde in de tuin van de Meermin een optreden.

Juliëtte Otten, Ria van Saarloos en Peter Hendriks van ‘De Vrienden van de Meermin’ gingen langs de kamers om cadeautassen (gesponsord door de Irene Hoeve) uit te delen aan de bewoners, alle vrijwilligers en de bewoners van de aanleunwoningen.

Fotogalerij

In de Nivo van vandaag, 11 november 2020

Wij wensen iedereen veel leesplezier met onder andere de volgende onderwerpen:

• Volendams Verleden: Volendam was 100 jaar geleden in de greep van de Spaanse griep
• Wethouder Schütt: ‘Gratis geld bestaat niet’
• 184 Clubs ontvangen verenigings-ondersteuning van Rabobank
• Liefde is… Jan en Maart, verliefd in goede en in slechte tijden…
• Huiveringwekkende herinneringen en groot gezinsgeluk
• Ode aan Leonard Cohen groeit uit tot groots muzikaal avontuur én album
• ‘Een beetje bio’ van Eddy Guyt krijgt de lezer…
• Laatbloeier René Tol maakt bijzondere carrièreswitch
• Unaniem tegen komst ‘klein pretpark’
• ‘Treurigheid’ na nieuwe maatregelen culturele sector
• RKAV begint met onderlinge competitie onderbouw
• Handbalster Debbie Bont beleeft in Frankrijk ‘gekke tijden’

Fotogalerij

Uitslagen enquête Herinrichting Julianaweg binnen

Er wordt hard gewerkt aan de herinrichting van de Julianaweg. Bouwteam DeDam is nu bezig met werkzaamheden die ‘achter de schermen’ plaatsvinden. Eén daarvan is de analyse van de online enquête, die is ingevuld door inwoners uit Edam en Volendam.

De resultaten kunt u vanaf vandaag downloaden op de website www.julianaweg-volendam.nl

Goede respons
In totaal hebben 723 mensen de enquête ingevuld. Er zijn in totaal 1636 ‘pins’ geplaatst op de plekken die de invullers of ‘respondenten’ prettig, minder prettig of vervelend vonden. Het bouwteam is zeer blij met dit resultaat want we hebben een schat aan informatie opgehaald.

Hoe oud waren de enquete-invullers?
• 40% van het totaal aantal invullers was tussen de 20 en 41 jaar.
• De groep tussen 41-60 jaar kwam daar met 37% vlak achteraan.
• Het percentage dat 61 jaar en ouder was, is 18%.
• De rij sluit zich met 5% van de invullers die jonger dan 21 jaar waren.

Hoe gebruiken mensen de weg?
Veruit de meeste mensen maken als automoblist gebruik van de weg, gevolgd door de fietser en als laatste de voetganger. De resultaten tonen dat veel invullers de weg op verschillende manier gebruiken. Dit komt omdat ze bijvoorbeeld met hun auto naar hun werk op de Julianaweg rijden en in het weekend de fiets pakken om naar de voetbal gaan.

Wat vindt men belangrijk bij de aanleg van een nieuwe weg?
Bij de aanleg van een nieuwe weg spelen veel factoren mee. Het gaat er niet alleen om of de weg lekker rijdt, het ontwerp van een weg gaat veel verder. Mensen konden aangeven welke thema’s ze belangrijk vinden bij de aanleg. In volgorde van belangrijkste thema’s:
• Ruimte voor fietsers en voetgangers
• Doorstroming
• Groen en biodiversiteit
• Parkeren
• Gezondheid
• Klimaat
• Duurzaamheid

De meest geplaatste pins gaan over doorstroming en veiligheid
De invullers konden groene, oranje en rode pins op de Julianaweg plaatsen. Daarmee konden ze aangeven welke plekken ze als ‘prettig’, ‘minder prettig’ of als ‘vervelend’ ervaren. Driekwart van het totaalaantal punten was oranje en rood gekleurd in de categorieën doorstroming en veiligheid. Ze werden gezet op plekken waar verkeerssituaties te druk, te onhandig, te gevaarlijk waren. Oversteekplaatsen werden vaak als onverzichtelijk aangeduid. De 25% aan groene punten stond het meest op plekken als rotondes ‘goede doorstroming’ en bij ‘goede parkeergelegenheid’.

Uitgebreid verslag
Op de website staat vanaf vandaag een uitgebreid verslag van de enquête. Volgende week leest u in de gedrukte versie van de NIVO extra toelichting op de uitslagen.

Op de hoogte blijven van de Julianaweg?
Ga naar www.julianaweg-volendam.nl, waar u zich op de homepage kunt aanmelden voor de nieuwsbrief. Heeft u nu al vragen? Maak dan een afspraak met de omgevingsmanager voor het spreekuur op dinsdag 24 november. U kunt zich per e-mail aanmelden via
info@julianaweg-volendam.nl

Afbeelding 1: Plaatje: hittekaart Julianaweg waar de meeste pins geplaatst zijn.
Afbeelding 2: De geplaatste pins op de Julianaweg.

Fotogalerij

Woningbouw Baandervesting Edam definitief goedgekeurd

DEN HAAG – De bouw van maximaal 81 woningen in het project Baandervesting in het centrum van Edam kan beginnen. De Raad van State verwierp vandaag de bezwaren van een omwonende tegen het bestemmingsplan voor dit project. Het plan kan nu niet meer worden aangevochten en is daarmee definitief goedgekeurd.

[ads id=66]

Buurtbewoner Steven Maas bestreed het plan, omdat hij vindt dat het een aantasting is van het beschermde stadsgezicht van Edam. Op sommige plekken in het noordwestelijke deel van het plangebied kan er tot 14 meter hoog worden gebouwd. En dat sluit volgens Maas niet aan bij de omliggende bebouwing.
Maar de Raad van State oordeelt dat er op sommige plekken in de omgeving ook hogere gebouwen staan zoals pakhuizen. Verder zegt de Raad dat de gemeenteraad grote vrijheid heeft bij het vaststellen van een bestemmingsplan, zolang de leefkwaliteit in de omgeving maar niet verslechtert.
De Raad oordeelt dat de bouwhoogten in het plan niet zullen leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het beschermd stadsgezicht. En de Raad oordeelt ook dat de aanwijzing als beschermd stadsgezicht niet voorschrijft dat er een grote variatie in bouwhoogten moet komen. Volgens Maas is die grote variatie van bouwhoogten juist kenmerkend voor het beschermde stadsgezicht van Edam. De projectontwikkelaar heeft dus enige vrijheid bij de verdere uitwerking van het plan.

Fotogalerij

‘Het is gebleken dat hier een behoefte aan is'

Oudercafé helpt ouders met taal

Iedere dinsdag- en donderdagochtend verwelkomt het Oudercafé in de Edamse Singel ouders waarvan kinderen spelen bij peuterspeelzaal ‘De Hummelhoek’. Dit initiatief is bedoeld om de betrokkenheid van vaders en moeders te stimuleren. Niet slechts voor de gezelligheid, maar vooral ook om diegenen te steunen die hulp kunnen gebruiken bij het begrijpen en gebruiken van de Nederlandse taal. Onder deskundige begeleiding bespreekt men bijvoorbeeld maatschappelijke kwesties en vragen waar ouders mee zitten. Het Oudercafé wordt goed bezocht en blijkt daarmee in een behoefte te voorzien.
Door Laurens Tol

De tafels en stoelen in het buurthuis van de Singel zijn zorgvuldig op afstand van elkaar gezet. Koffie en thee staan klaar. Het is een heldere morgen. Door het venster is de Nieuwe Haven in de verte zichtbaar, beschenen door het ochtendlicht van eind oktober. Om 8.45 uur begint de bijeenkomst. De opkomst is iets minder groot dan normaal. Ondertussen wordt een typisch Nederlands spreekwoord besproken. ‘Daar is geen speld tussen te krijgen’, luidt de zinsnede. Op laagdrempelige wijze legt coördinator Ilonca Erhardt de betekenis ervan uit. Zij is in Edam-Volendam tevens bekend van haar betrokkenheid bij de ‘Voorleesexpress’ van Bibliotheek Waterland. Als er tijd is voor een korte onderbreking, vertelt Ilonca over het Oudercafé.

[ads id=66]

,,We organiseren dit twee ochtenden in de week. Dit doen we vooral voor de ouders van kinderen die bij De Hummelhoek komen. Ook mensen die hun jongen of meisje bij de peuterspeelzalen ‘t Kattekopje en de Ark in Volendam brengen, zijn hier van harte welkom. Die proberen we te bereiken, maar dat is nog wat lastiger. Als de ouders hun kinderen hebben weggebracht, kunnen ze aanschuiven bij het Oudercafé. Velen weten ons al te vinden. We hebben het over bepaalde thema’s en wat er speelt op het moment. Zoals, Sint Maarten komt eraan. Daar praten we dan over. We proberen ook nader tot de ouders te komen door te vertellen wat er op de Hummelhoek allemaal gebeurt.”
Naast Ilonca, zijn Maren Marsman en de Volendamse Liesbeth Zwarthoed aanwezig. Maren is de degene die alles aanstuurt en zij nam het initiatief voor het Oudercafé. Liesbeth is stagiair bij de Hummelhoek. Volgens Maren is zij de steun en toeverlaat en belangrijk om de bijeenkomsten te kunnen laten slagen. De leidster introduceert de aanwezige ouders en Liesbeth licht verder het doel van het Oudercafé toe.

‘Je merkt dat het
voor sommigen moeilijk
is om de eerste stap
te zetten om contact
te maken met ouders
die een andere
taal spreken’

Maren: ,,Fatima is onze ambassadeur. Zij probeert zoveel mogelijk ouders te enthousiasmeren om te komen. Daarbij legt zij dingen uit voor de aanwezigen. Dat is soms nodig, omdat velen van hen een niet-Nederlandstalige achtergrond hebben.” Liesbeth: ,,Je merkt dat het voor sommigen moeilijk is om de eerste stap te zetten om contact te maken met ouders die een andere taal spreken. Ze hebben er wel behoefte aan, maar door hun taalachterstand is het lastig. Je ziet dat ze graag willen praten over alledaagse dingen en zaken waar ze mee zitten. Hier kunnen ze vragen stellen op een veilige manier. Daardoor kunnen ze zich vertrouwd voelen. Het is volgens mij al wel gelukt om dit voor elkaar te krijgen bij het Oudercafé.”
Inmiddels wordt het bezocht door een vaste kern ouders. Ook vaders en moeders met een Nederlandse achtergrond zijn welkom. Maren maakt duidelijk dat betrokkenheid van vaders en moeders bij de peuterspeelzaal-activiteiten en de ontwikkeling van hun kind belangrijk is. Communicatie over en weer is daarbij nodig. Het idee voor het Edamse Oudercafé ontstond, omdat de informatieoverdracht niet altijd soepel verliep.
Maren: ,,We merkten dat met name de ouders met een niet-Nederlandse achtergrond de informatie niet goed begrepen. Nadat we digitale brieven met mededelingen verstuurden, bleek dat deze te moeilijk waren. En we kwamen er niet altijd aan toe om deze dingen mondeling te vertellen. Ik dacht: het zou toch leuk zijn als we een manier vonden om de ouderbetrokkenheid wat groter te krijgen. Zo is het dus ontstaan. We vroegen subsidie aan om het idee te kunnen uitvoeren en dat kregen we gelukkig. Sindsdien sloten steeds meer ouders zich aan en bespreken we ook andere onderwerpen, zoals bijvoorbeeld donorregistratie. We hebben het dus ook over de post die mensen krijgen en wat ze daarmee kunnen doen.”
Het Oudercafé ging in februari 2020 van start. Net als zoveel andere initiatieven werd het ook in de wielen gereden door de problemen met het coronavirus. Toen de bijeenkomsten vanwege beperkende maatregelen niet door konden gaan, vervolgde het contact zich via de digitale weg. Ilonca: ,,We hebben een appgroep met de ouders die dit willen. Toen het Oudercafé werd afgelast, gaf ik ze wekelijks wat tips. Ook had ik met mensen afzonderlijk contact om te vragen hoe het met hen en hun kinderen ging. Met dit Oudercafé is het eigenlijk best snel gegaan qua opkomst. In Purmerend was het al een groot succes en ik begeleid er ook een in Landsmeer. We dragen dit initiatief met alle begeleiders van de peuterspeelzaal. Die bekijken ook welke ouders hier mogelijk geschikt voor zijn en benaderen ze. De ene keer gaat dat makkelijker dan de andere keer.”

‘Het zou goed zijn
als ouders meer
bij elkaar komen,
vooral in deze tijd
gebeurt dat te weinig’

Omdat het coronavirus heerst, zijn ouders en begeleiders genoodzaakt om gepaste afstand tot elkaar te houden. Daardoor kan men nu minder mensen ontvangen dan normaal. Mede vanwege dit lagere maximale aantal bezoekers is de dinsdagochtend inmiddels meestal vol. Op de donderdag is vaak nog wel plaats voor het ontvangen van andere ouders. Peuterspeelzalen hebben er tevens mee te maken dat vaders en moeders momenteel niet de speelruimte mogen betreden. Maren: ,,Het eerste kwartier is normaal altijd ‘spelinloop’. Daarin kun je ouders adviseren die het moeilijk vinden om met hun kinderen te spelen. Het is wel jammer dat dit nu is weggevallen. Bij het Oudercafé kunnen we gelukkig nog wel van dit soort dingen bespreken.”
Fatima is een schakel tussen de begeleiding en de aanwezige ouders. Haar kinderen gaan reeds naar de basisschool, maar toch mag zij nog aanwezig zijn als belangrijke helper en ambassadeur. Negentien jaar geleden kwam ze als Marokkaanse naar ons land. Inmiddels is ze het Nederlands uitstekend machtig, in die mate dat ze andere Arabisch sprekende ouders ermee kan helpen. Fatima: ,,Ik help om bepaalde woorden te vertalen. En ik probeer ook andere mensen over te halen om hier langs te komen. Het zou goed zijn als ouders meer bij elkaar komen. Vooral in deze tijd gebeurt dat te weinig. Maar vóór corona hadden vaders en moeders ook niet veel contact met elkaar. Ik woonde eerst in Amsterdam en daar was dat beter. Hopelijk wordt dit nog anders in Edam. Zo’n Oudercafé is goed om sommige ouders meer in contact te brengen met het Nederlands.”
Vooralsnog blijft het in onze gemeente bij dit Edamse Oudercafé. Daarbij zijn alleen de ouders welkom van kinderen die peuterspeelzalen bezoeken. Men is ermee bezig om een dergelijk initiatief ook in Volendam op te zetten en wil daarbij ook een bredere groep vaders en moeders kunnen verwelkomen. Voor nu hoopt de organisatie eerst dat Volendamse ouders met een peuter de bijeenkomsten in de Singel zullen komen bezoeken. Een belangrijke voorwaarde is wel dat men de activiteiten kan continueren. ,,Het is afwachten hoe lang we dit nog mogen doen. We hebben subsidie voor in ieder geval een jaar gekregen, maar we moeten bekijken of we dit weer krijgen. Ik hoop het. Het is gebleken dat hier een behoefte aan is. Laten we hopen dat men dit blijft erkennen.”

Fotogalerij

CIBV-certificaat voor technisch beveiliger Frank van Drie

Donderdag brachten Mieke Noordanus en Harrit Broot van CIBV (gespecialiseerd in de certificatie van brand- en inbraakbeveiliging) een bezoek aan Lockmaster Benelux aan de Dieselstraat 3. Zij kwamen aan Frank van Drie het certificaat “CIBV Register Vakbekwaamheid” level 3 specialist TBMB overhandigen.

 

TBMB staat voor technisch beheerder mechanische beveiliging. Frank is de enige in Nederland die dit certificaat nu in zijn bezit heeft. Frank is allround mechanisch beveiliger en is op dit vakgebied de beste in ons land. “Alles op het gebied van bouwkundige beveiliging kan hij maken.

Als wij een slot niet meer geopend krijgen, roepen we altijd de hulp in van Frank, die krijgt echt alles voor elkaar”, vertelde Mieke Noordanus. Na de overhandiging van het certificaat werd een feestelijk opgemaakte taart aangesneden.

Fotogalerij

× Hoe kan ik je helpen?